Wietgebruik in Nederland: statistieken en trends 2026
Wiet is meer dan een consumentenproduct of een politiek dossier, het is verweven met cultuur, economie en gezondheidszorg. In dit stuk kijk ik naar de stand van zaken in 2026: wie gebruikt wiet, welke veranderingen zien we sinds de legaliseringsdiscussies van de jaren twintig, en welke praktische gevolgen hebben die veranderingen https://www.ministryofcannabis.com/nl/ https://www.ministryofcannabis.com/nl/ voor gebruikers, beleidsmakers en ondernemers. Waar cijfers onduidelijk of nog in beweging zijn, geef ik context en grenzen in plaats van fictie. De bronnen waar ik op terugval zijn onder meer publiek beschikbare rapporten van Nederlandse instituten, observaties van mensen in de sector en mijn eigen ervaring als iemand die regelmatig met onderzoekers en ondernemers praat.
Waarom dit relevant voelt De afgelopen jaren waren er twee bewegingen die elkaar kruisen: pogingen om het aanbod van illegaal naar gereguleerd te verplaatsen, en veranderende gebruikspatronen onder jongvolwassenen. Voor beleidsmakers draait het om volksgezondheid en criminaliteitsbestrijding. Voor coffeeshophouders en telers gaat het om bedrijfsoverleving en naleving. Voor gebruikers gaat het om consistentie in kwaliteit en informatie over risico's. Dat maakt de statistieken niet abstract; ze bepalen wie veilig koopt, wie risico's loopt en hoe de markt zich ontwikkelt.
Korte schets van het wettelijke landschap Sinds het begin van het wietdebat heeft Nederland geleidelijk stappen gezet richting gecontroleerde productie. Nadat de politiek jaren sprak over experimenten met gereguleerde teelt, werden er in het midden van de jaren twintig concrete proefprojecten opgestart waarbij een beperkt aantal telers legaal mag leveren aan coffeeshops. Die proefprojecten verschillen per gemeente in omvang en voorwaarden, en niet elke coffeeshop of teler neemt deel. Het resultaat is een gefaseerd, divers landschap: sommige steden hanteren strikte kwaliteitscontroles en traceerbaarheid, andere experimenteren met lokale toelating en productregistratie. Dat maakt het lastig om nationale gemiddelden zonder nuancering te presenteren, maar het biedt tegelijkertijd een rijke bron van data voor evaluatie.
Wie gebruikt wiet nu het meest? Gebruik over leeftijden en groepen verandert langzaam. Jongvolwassenen (18 tot 30 jaar) blijven de grootste gebruikersgroep wat betreft frequentie, maar het percentage dagelijkse of bijna-dagelijkse gebruikers neemt niet gelijkmatig toe of af in alle groepen. Oudere gebruikers (30-50 jaar) laten een gestage acceptatie zien: sommigen gebruiken wiet voor recreatie, anderen als alternatief voor alcohol of als middel tegen spierpijn en slapeloosheid. Het is belangrijk te onderscheiden tussen ooit-gebruik, afgelopen jaar gebruik en frequent gebruik. Ooit-gebruik is relatief hoog in Nederland vergeleken met landen zonder een coffeeshoptraditie, maar frequent gebruik is geconcentreerder bij een kleiner subdeel van de bevolking.
Een concrete observatie: in gesprekken met huisartsen en verslavingszorgcentra hoor ik dat een groot deel van mensen dat zorg nodig heeft geen dagelijkse gebruikers zijn maar eerder mensen met intensief weekendgebruik, combinaties met alcohol of andere middelen, of mensen met kwetsbare mentale gezondheid. Dat nuanceert het beeld van 'meer gebruik is per se slechter'.
Trends in soorten product en potency De afgelopen tien jaar is de markt veranderd van vooral gedroogde bloem naar een grotere variëteit: concentraatjes, vape-cartridges, edibles en sterkere soorten bloem. De gemiddelde THC-concentratie in aangeboden wiet is toegenomen vergeleken met twintig jaar geleden. Voor consumenten betekent dat grotere verschillen in effect bij vergelijkbare porties. Voor de zorg betekent het dat richtlijnen voor dosering en risico-educatie complexer zijn geworden.
Tegelijk groeit aandacht voor cannabidiol, CBD. Producten met hoog CBD en laag THC worden vaker gebruikt voor slaapstoornissen en pijn, en vinden langzaam hun plek in een meer medisch georiënteerde markt. In proefprojecten worden leveranciers soms verplicht om hun producten te laten testen op samenstelling en verontreinigingen, wat de transparantie vergroot. Dat vertaalt zich naar betrouwbaarder etiketteren in deelnemende gemeenten.
Geografische verschillen en stadsbeleid Er is geen uniform Nederland als het om wiet gaat. Grote steden hebben verschillende benaderingen dan kleinere gemeenten. In een aantal steden wordt actief ingezet op het reguleren van het aanbod en het beperken van drugstoerisme, terwijl andere gemeenten strikter blijven of coffeeshops beperken. Die variatie beïnvloedt lokale statistieken: waar proefprojecten beter georganiseerd zijn, zien lokale toezichthouders vaak minder problemen met criminaliteit rond de bevoorrading, maar soms meer vragen rond zwerfvuil en overlast. Het is een reminder dat nationale cijfers altijd lokale context nodig hebben.
Wat de cijfers ons wél laten zien In plaats van exacte nationale percentages te claimen, geef ik trends die consistent terugkomen in rapporten en gesprekken:
gebruik is relatief stabiel onder jongeren, met schommelingen per regio en cohort; de diversiteit van producten neemt toe, met meer sterke varianten en verwerkte middelen; professionalisering van de keten is begonnen in de proefgemeenten, met betere testmogelijkheden en traceerbaarheid; aandacht voor preventie en voorlichting groeit, vooral gericht op frequent gebruik en risicogroepen.
Een korte lijst met actuele thema's in 2026
regulering van productie in proefgebieden met verplichte testen en traceerbaarheid; hogere gemiddelde THC-percentages en meer concentraten op de markt; groeiende markt voor CBD-producten als alternatief met minder psychoactieve effecten; lokale verschillen in coffeeshopbeleid en handhaving; meer aandacht voor preventie bij jongvolwassenen en kwetsbare groepen.
Kwaliteit en veiligheid: wat verandert voor de gebruiker? Voor de gebruiker zijn twee dingen belangrijk: consistentie in dosering en inzicht in verontreinigingen. In de proefprojecten worden wietmonsters getest op pesticiden, schimmels en residuen, en op cannabinoïdeprofielen. Dat helpt consumenten bij kiezen en vermindert het risico op acute gezondheidsincidenten door verontreinigd product. Maar dit geldt nog niet landelijk. In gemeenten zonder deelname blijft de variatie in kwaliteit groter, en het risico op schadelijke contaminanten blijft reëel.
Een voorbeeld uit de praktijk: een coffeeshophouder in een proefstad vertelde me dat testers hem min of meer dwingend opdroegen batches te laten analyseren. De eerste keer kostte dat geld, maar het gaf hem een verkoopargument en minder klachten over 'rare effecten' bij klanten. Tegelijk betekent testen dat kleine telers die zich niet kunnen veroorloven om elke batch te laten testen uit de markt worden gedrukt, wat de consolidatie van de markt bespoedigt.
Gebruik en gezondheid: risicogroepen en interventies Sommige gebruikers lopen meer risico. Dat geldt voor jongeren wiens hersenen nog in ontwikkeling zijn, mensen met een familiaire aanleg voor psychose, en mensen met frequente, zware consumptie. Preventie richt zich niet alleen op abstinentie maar ook op risicoreductie: voorlichting over lagere dosissen, vertraging van eerste gebruik, en vermijden van combinatie met alcohol of high-potency concentraten.
Huisartsen en GGZ-professionals zien regelmatig patiënten die indicaties van cannabisgerelateerde problemen hebben. De behandeling richt zich vaak op motivatie, gedragsinterventies en, waar nodig, integratie met behandeling voor andere middelen of mentale gezondheidsklachten. Er is geen universele remedie, maar vroege signalering en laagdrempelige hulp blijken effectief.
Economische gevolgen en marktdynamiek Als er meer legale en traceerbare productie komt, verandert de prijsdynamiek. In proefregimes zie je soms dat legale wiet duurder is dan illegale alternatieven, zeker in de eerste jaren vanwege certificering, belastingen en compliance-kosten. Dat kan leiden tot een tweedelige markt: gebruikers die prijsgevoelig zijn, blijven soms bij het illegale circuit; gebruikers die waarde hechten aan consistentie en veiligheid kiezen voor legaal product.
Voor ondernemers betekent regulering investeringen in kweekfaciliteiten, veiligheid, administratie en testing. Sommige coffeeshophouders stappen uit de keten als het bedrijfsmatig te zwaar wordt. Anderen zien kansen: merken bouwen rond kwaliteit, transparantie en productdiversiteit. De werkgelegenheid verandert: er ontstaan banen in laboratoria, kwaliteitscontrole en logistiek, maar kleinschalige telers zonder middelen kunnen verdwijnen.
Praktische tips voor consumenten
als je in een proefgemeente koopt, kijk of het product getest en geëtiketteerd is; start altijd met een lage dosis en wacht voldoende lang bij edibles of concentrates; vermijd gebruik als je zwanger bent of een voorgeschiedenis van psychose hebt; combineer geen wiet met alcohol als je risico's wilt beperken; zoek hulp vroeg als je merkt dat gebruik je werk of relaties schaadt.
Deze tips zijn geen vervanging voor medisch advies, maar eenvoudige gedragsregels die het risico voor veel mensen verlagen.
Onderzoek en datakwaliteit: waar liggen de gaten? Een uitdaging bij het interpreteren van cijfers is dat de situatie versnipperd is. Proefprojecten leveren vaak goede lokale data, maar landelijke evaluaties vergen tijd. Surveys meten zelfgerapporteerd gebruik, wat altijd een spanning heeft met echte consumptie. Daarnaast verschilt de definities van 'frequent gebruik' en 'problematisch gebruik' tussen studies. Dat betekent dat beleidskeuzes soms worden gemaakt met onvolledige gegevens. Een realistische aanpak vergt continue monitoring, harmonisatie van meetmethoden en coördinatie tussen gemeenten.
Een observatie vanuit veldwerk: onderzoekers vertellen me dat het verzamelen van representatieve data moeilijk is in een context met juridische en sociale stigma's. Mensen onder- of overschatten hun gebruik in enquêtes. Daarom voegen sommige studies biomarker-analyses en verkoopdata toe aan vragenlijsten, waarmee sterke aanwijzingen ontstaan zonder volledig sluitende cijfers.
Toekomstscenario's en beleidskeuzes Drie plausibele scenario's spelen in discussies over de komende jaren. Elk heeft voor- en nadelen, en geen scenario is zonder risico.
Scenario 1: gefaseerde uitbreiding van gereguleerde productie Voordelen: betere kwaliteit, traceerbaarheid, kansen voor bedrijven die willen professionaliseren. Nadelen: hogere prijzen, risico op blijvende illegale markt als prijsverschil blijft.
Scenario 2: sterke restricties en vergroting van het zwart circuit Voordelen: kortetermijnpolitieke appeasing voor gemeenten die coffeeshops willen limiteren. Nadelen: moeilijker toezicht, minder data over kwaliteit en consumentenveiligheid, toename van criminele activiteiten rond levering.
Scenario 3: markt met gereguleerde productie gecombineerd met uitgebreide preventie Voordelen: balans tussen beschikbaarheid van veilig product en actieve gezondheidsvoorlichting, potentieel daling van criminaliteit. Nadelen: hoge uitvoeringskosten en beleidscomplexiteit, lange transitieperiode.
Welke route het beste is hangt af van lokale doelen: volksgezondheid, criminaliteitsreductie of economische ontwikkeling. In gesprekken met beleidsmakers hoor ik dat combinaties van scenario 1 en 3 vaak als het meest wenselijk worden gezien, mits er voldoende middelen zijn voor handhaving en educatie.
Wat ik zie aan de frontlinie Ik wil eindigen met een korte anekdote die veel van de hierboven besproken thema's samenvat. Recent sprak ik met een teler die in een proefproject was toegelaten. Hij was trots op het laboratoriumrapport dat zijn laatste batch had vrijgegeven, maar maakte zich zorgen over de kosten van herhalingstests en over de concurrentie van goedkope, ongeteste partijen uit naburige gemeenten. Zijn klanten waarderen consistentie en betaalden graag iets meer, vertelde hij. Toch zei hij ook: veel van zijn oude kennissen, kleine telers, hadden geen toegang tot dezelfde markten en dreigden weg te vallen. Zijn ervaring illustreert een kernvraag van dit moment: hoe organiseer je een markt die veilig en eerlijk is, zonder kleine spelers te verdringen en zonder het illegale circuit te laten bestaan?
Afsluitende overwegingen zonder finaliteit Wietgebruik in Nederland in 2026 staat niet stil. Er is progressie richting regulering en meer focus op kwaliteit en preventie, maar het pad is ongelijk en lokaal bepaald. Statistieken helpen om trends te volgen, maar ze vragen altijd context. Voor iedereen die betrokken is — gebruiker, behandelaar, ondernemer of beleidsmaker — is het belangrijkste instrument nu kritische betrokkenheid: gegevens blijven verzamelen, plekken ondersteunen waar testen en voorlichting goed werken, en oog houden voor onbedoelde effecten zoals marktconsolidatie of prijsdispariteiten. Alleen zo krijgt de verschuiving van illegaal naar gereguleerd een kans om echt veiliger en eerlijker te worden.